1. COMPO
  2. Advies
  3. Planten van A tot Z
  4. Kamerplanten
  5. Bonsai

Kenmerken

Bonsai

compo image

Behoeften

Begieten:
Gemiddeld
Licht:
Zon/halfschaduw
Onderhoud:
Gemiddeld

Eigenschappen

Plantlocatie:
binnenshuis, balkon, terras, tuin
Planthoogte:
10 tot 100 centimeter
Bloemkleur:
groene plant met - afhankelijk van de soort - witte, gele of roze bloemen

Correct planten

Bonsai planten

De kunst van de bonsaiboom

De oude Chinese kunstvorm ‘penjing’ staat voor de harmonie tussen de natuurlijke elementen, de levende natuur en de mens. Tot deze kunstvorm behoort ook de traditie van de bonsaikweek. Deze ontstond in het oude Chinese keizerrijk. Toen al werden in potten kleine miniatuurlandschappen nagebouwd met bomen, stenen, mos en meertjes die de natuurelementen moesten vertegenwoordigen. In combinatie met een mooie, traditionele plantenschaal - die als werk van de mens de mens zelf symboliseert - combineert de kunst van bonsai op een harmonieuze manier de 3 aspecten : natuurlijke elementen zoals stenen en water, de levende natuur in de vorm van bomen en planten, en mensen.

De Japanse term ‘bonsai’ betekent ‘plant in een kom’. Bonsais zijn geen speciale plantensoorten, maar miniversies van verschillende boomsoorten die met speciale teelt- en snoeimethoden compact worden gehouden. Bonsaiboompjes zijn tegenwoordig heel populair als kamerplant en kunnen heel lang leven op voorwaarde dat ze de juiste aandacht en verzorging krijgen.

Welke boomsoorten zijn geschikt als bonsai?

In principe zijn heel wat houtachtige planten geschikt als bonsai. Voor de kweek van kamerbonsais kan je kiezen tussen loofbomen en coniferen. Als loofboom spelen vooral ligusters en beuken een belangrijke rol. Onder de coniferen worden taxus, lariks en pijnomen vaak als bonsai gekweekt - zij maken indruk met hun kleine naalden en groeiwijze. Daarnaast kunnen ze gemakkelijk in miniatuurvorm worden gekweekt omdat ze een snoeibeurt heel goed verdragen.

Bomen met kleine bladeren, die niet zo fors groeien en niet gevoelig zijn voor snoeibeurten, zijn heel goed geschikt. Bloeiende miniboompjes met witte tot roze bloemen zoals de prachtige Satsuki-azalea’s (rhododendron indicum) zorgen bovendien voor een kleurrijke toets.

Kamerbonsais voor beginners

Als je geen groene vingers hebt, dan zijn de Cubaanse laurier (Ficus retusa) en de Filipijnse thee of de schorpioenstruik (Carmona microphylla) ideaal. De Filipijnse thee zal je versteld doen staan met zijn donkergroene en wit gestippelde bladeren en interessante groeivorm. De Cubaanse laurier groeit niet alleen snel groeien, maar is ook een heel robuuste plant. Of wat dacht je van de onderhoudsvriendelijke Chinese iep (Ulmus parvifolia), de Chinese liguster (Ligustrum sinense) en de Japanse liguster (Ligustrum japonicum)?

Als je een bonsaiboompje wilt kopen, dan ga je best naar een speciaalzaak. Daar bieden ze kwalitatieve binnenplanten aan met verschillende groeivorm zodat je ze zonder veel moeite in de gewenste vorm kan krijgen.

Bestaan er bonsaiboompjes voor het balkon en de tuin?

Naast de populaire kamerbonsais zijn er ook heel wat boompjes die buiten kunnen worden geteeld, de zogenaamde buitenbonsais. Hier zijn de robuuste jeneverbes, beuk, den en esdoorn heel geliefd. Een echte blikvanger is bijvoorbeeld de Japanse esdoorn met zijn felroze bladeren of de rode beuk. Hoewel buitenbonsais goed gedijen buiten, moeten ze tijdens de winter extra worden beschermd tegen strenge vorst. Door de beperkte hoeveelheid grond en wortels in de pot zal de wortelkluit namelijk snel bevriezen. Daarom raden we je aan om de pot vóór de eerste nachtvorst in vlies of jute te wikkelen. Je kan je bonsai ook in een houten kist gevuld met stro of bladeren plaatsen om te overwinteren. Het is natuurlijk ook mogelijk om je bonsai eenvoudigweg naar een vorstvrije, koele ruimte met een minimumtemperatuur van 5°C te verhuizen (vb. serre of lichtrijk tuinhuis). Ook tijdens de winter hebben bonsais regelmatig water nodig, zodat hun wortels voldoende worden verzorgd.

Waar voelt een bonsai zich goed?

Bonsais worden ingevoerd vanuit de tropische gebieden zoals Zuid-China of Taiwan. Ze voelen zich dan ook thuis in een lichtrijke en warme woonkamer, bij voorkeur bij een raam zonder direct zonlicht en zonder tocht. Kamerbonsais zijn heel gevoelig voor een lange luchtvochtigheid en ongedierte. Daarom raden we je aan om het boompje niet boven een verwarming te plaatsen. Om de luchtvochtigheid te verhogen, kan je je potbonsai in een schotel gevuld met puimsteenkorrels en water plaatsen. Daarnaast kan je de bladeren met kalkvrij water besproeien om een aangename luchtvochtigheid te creëren voor je plant.

In de zomer kan je je bonsai buiten plaatsen. Laat je boompje daarom vanaf eind mei langzaam wennen aan het buitenklimaat om zonnebrand op de bladeren te vermijden. Afhankelijk van de weersomstandigheden kan je je bonsai tot half/eind september buiten laten staan. Eens de temperatuur onder de 15°C zakt, moet de plant terug binnen worden geplaatst.

Een bonsai aanplanten

Niet alleen de keuze van de juiste plant is belangrijk bij de teelt van een bonsaiboompje, maar ook de pot waarin de plant wordt aangeplant. De schaal moet voorzien zijn afvoergaten zodat overtollig gietwater gemakkelijk kan weglopen. Plaats de schaal op een schoteltje, zodat je het resterende water gemakkelijk kan weggieten. Plant je bonsai aan in een aangepaste potgrond. Zo krijg je een doorlatende bodem zonder wateroverlast. Ook een laagje drainagemateriaal (vb. puimsteenkorrels) kan natte voeten voorkomen.

Correct verzorgen

Bonsai verzorgen

Heeft een bonsai veel water nodig?

Een kamerbonsai heeft steeds voldoende water nodig. De hoeveelheid water hangt echter af van het type boom, de omgevingstemperatuur en het seizoen. Als je niet zeker bent of je bonsai water nodig heeft, dan kan je je vinger enkele centimeters diep in de potgrond duwen. Als de grond droog aanvoelt, dan mag je opnieuw begieten. Bonsais houden van kalkvrij leidingwater of regenwater. Laat de potgrond nooit compleet opdrogen. Wateroverlast is echter nog minder goed voor je miniatuurboompje.

Tip : dompel je bonsai onder in een emmer of grote kom met water. Laat het overtollige water vervolgens door de gaten in de schaal afdruipen.

Hoe vaak moet een bonsai bemest worden?

Om je bonsai in goede conditie te houden, moet je hem regelmatig voeden met een portie vloeibare meststof. Die zal niet alleen de ontwikkeling van je boompje bevorderen, maar ook zorgen voor een compacte groei. De bladeren van je bonsai moeten namelijk klein blijven om de karakteristieke groeivorm te behouden. Voeg van maart tot oktober om de twee weken de nodige hoeveelheid meststof toe aan het gietwater. Het is belangrijk om je bonsai in de nazomer en in de herfst, wanneer de basis wordt gevormd voor nieuwe scheuten en bladeren, voldoende te bemesten zodat hij voldoende kracht heeft om het nieuwe jaar te beginnen. Tijdens de winter hoef je niet te bemesten.

Mijn bonsai verliest zijn bladeren. Hoe komt dit?

Een bonsai is een heel veeleisende plant. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat het miniatuurboompje zijn bladeren verliest. Hier bestaan er drie mogelijke oorzaken :

De locatie :

Als je bonsai op een donkere plaats staat, zal hij zijn bladeren laten vallen. Kies daarom een lichtrijk plekje uit, zonder direct zonlicht. Tijdens de zomer kan je je kamerbonsai ook in de tuin van de zon laten genieten. Sommige bonsaisoorten, zoals de populaire Chinese vijg (Ficus microcarpa “Ginseng”) zullen automatisch hun bladeren laten vallen als de lichtomstandigheden veranderen. Je hoeft je dus niet per sé zorgen te maken tijdens de sombere herfst- en wintermaanden. Ook bij gevoelige bonsaisoorten kan een verandering van standplaats leiden tot bladverlies. Hier moet je enkel geduld hebben. Na een periode van gewenning zal je bonsai terug uitlopen.

Gebrek aan voedingsstoffen :

Als de bladeren van je bonsai geelkleuren en je boompje minder goed groeit, dan kan dit te wijten zijn aan een tekort aan voedingsstoffen. De kleine hoeveelheid grond bevat namelijk een beperkte hoeveelheid voedingsstoffen. Daarom moet je je bonsai regelmatig bemesten met een portie vloeibare meststof die je aan het gietwater toevoegt.

Wateroverlast :

De bladeren van je bonsai kunnen ook afvallen doordat je bonsai te veel water heeft gekregen. De boom houdt echt niet van natte voeten omdat de wortels hierdoor kunnen gaan rotten. Daarom is een doorlatende bodem heel belangrijk - het water moet gemakkelijk kunnen weglopen. Als je bonsai last heeft van wateroverlast, doe je er goed aan om je boompje zo snel mogelijk te verpotten in een portie verse potgrond. Toch mag je niet stoppen met begieten. Door het kleine volume potgrond kunnen de bonsaiwortels niet langdurig water opslaan. En helaas bestaat ook het risico op bladverlies als je bonsai onvoldoende water krijgt.

Zo houd je je bonsai in vorm

De juiste snoeitechniek voor bonsais is een kunst op zich. Uiteindelijk is het doel om een echte boom in miniatuurvorm te krijgen. Complete takken worden gebogen en bedraag om specifieke groeirichtingen en -vormen te creëren. Door regelmatig te snoeien zal je boompje zijn compacte vorm behouden.

De meeste beginnersbonsais, zoals de Chinese iep (Ulmus parvifolia) en ligusterbonsais zijn niet bang van een snoeibeurt. Verwijder de gedroogde bladeren of takken en kort kruisende scheuten in. Ook de topjes van de jonge scheuten kunnen afgeknipt worden. Snoeien kan tijdens de groeifase van het voorjaar tot de late zomer. Gebruik daarbij steeds een speciale, scherpe bonsaischaar.

Net als bij “echte” bomen kan je bij een bonsai een vormsnoei uitvoeren. Daarbij kan je zelf bepalen welke vorm je miniboompje moet krijgen.

Naast het snoeien van bladeren en scheuten is het ook belangrijk dat de wortels gesnoeid worden. Dit kan je doen als je je bonsai verpot.

Bonsai verpotten : zo ga je te werk

Bonsais moeten om de twee tot drie jaar worden verpot. Dit gebeurt wanneer de grond het water niet meer zo goed opneemt doordat hij volledig doorworteld is. De ideale periode om een bonsai te verpotten is de lente, voordat het boompje zijn knoppen laat ontkiemen. In tegenstelling tot andere kamerplanten moet een bonsai niet worden overgeplant in een grotere schaal. - je kan dus dezelfde schaal gebruiken. Het is echter belangrijk om bij het verpotten de wortels in te korten. Door de beperkte ruimte in de schaal hebben de wortels onvoldoende plaats om te groeien en zullen ze al heel snel de complete grond doorwortelen. Door de wortels te snoeien, krijgen ze opnieuw voldoende ruimte om zich te ontwikkelen.

  1. Haal de bonsai uit de schaal en verwijder de oude potgrond van de wortels. Maak de wortelkluit voorzichtig los met een wortelklauw.
  2. Knip 2/3 van de wortels af met een bonsaischaar.
  3. Bedek de afvoergaten van de schaal met een fijn gaas zodat de potgrond de afvoergaten niet kan verstoppen. Vaak helpt het om de bonsai met een binddraad vast te maken zodat de boom veilig kan groeien. Als de wortelkluit te veel beweegt in de nog losse grond, dan kan dit de groei belemmeren. Voor het bevestigen van deze draad kan je de afvoergaten gebruiken : trek de binddraad door het afvoergat tot hij uit de bovenkant van de schaal steekt.
  4. Bedek de bodem van de schaal met een laagje puimsteenkorrels voor een goede drainage. Zo voorkom je wateroverlast.
  5. Plaats de bonsai in de schaal en bevestig de wortelkluit met de binddraad. Buig de draad rond de kluit en draai deze zodat die strak aansluit. Eventuele overtollige resten kunnen worden afgeknipt.
  6. Vul de bonsaischaal met een aangepaste potgrond en geef goed water.

Delen

Blijf op de hoogte

ABONNEER JE OP DE COMPO-NIEUWSBRIEF

Ontvang seizoensgebonden plantenverzorgingstips en inspiratie voor je tuin, gazon, planten, decoratie en zo veel meer via onze nieuwsbrief.

BEDANKT VOOR JE REGISTRATIE !

Je ontvangt binnen enkele ogenblikken een bevestiging via e-mail. Om je registratie te bevestigen, hoef je enkel nog te klikken op de link in de e-mail.

Gelieve je e-mailaders in te vullen.

Gelieve het vakje aan te vinken om toe te stemmen met de Privacy Policy.